Hoge verwachtingen | Hoe kan ik daar morgen mee aan de slag?
13-20 minuten
lees
In veel schoolplannen is het speerpunt hoge verwachtingen opgenomen. Geweldig! Want als je vanuit hoge verwachtingen het onderwijs vormgeeft, dan heb je goud in handen. Maar de vraag is… hoe ziet dit er dan concreet uit in de les en in de school?
In deze blog beschrijf ik hoe je dit morgen in jouw lessen handen en voeten kan geven.
René Kneyber en Valentina Devid schreven onlangs al een blog om misvattingen over Hoge Verwachtingen uit de wereld te helpen, zij geven het een nieuwe term, namelijk ambitieuze verwachtingen. Wat ik mooi vind aan deze term is dat deze meer de actie en denkhouding van de leraar weerspiegelt. Ik houd in mijn blog de term hoge verwachtingen aan om verwarring te voorkomen.
In deze blog wil ik concreet gedrag van de leraar onder de aandacht brengen. Het verschil tussen een leraar met hoge of lage verwachtingen is zichtbaar in het gedrag van een leraar. Gedrag komt voort uit een aantal overtuigingen, laten we daar eerst eens naar kijken.
De overtuigingen komen voort uit de identiteit die je jezelf geeft, jouw ‘rol’ als het ware. Je hebt meerdere rollen in je leven, zo zal je jezelf anders omschrijven als ouder, kind of juist als professional. Omschrijvingen van je rol kunnen zijn: ‘liefhebbende vader’, ‘strenge moeder’, ‘nieuwsgierige burger’, ‘behulpzame leraar’, ‘secure collega’, etc. Vanuit deze rol heb je ook bepaalde overtuigingen, deze overtuigingen zetten zich vervolgens om in gedrag.
Laten we eens inzoomen op deze ‘rol’ als leraar met hoge verwachtingen en welke overtuigingen hierbij helpend zijn en welke belemmerend kunnen werken.
Helpende overtuigingen
Belemmerende overtuigingen
1. Intelligentie is veranderbaar en kan beïnvloed worden door omgeving, onderwijs en stimulatie.
Intelligentie is aangeboren, daar heb ik als leraar geen invloed op.
2. Ik heb als leraar invloed op het gedrag van de leerlingen in de klas, zowel individueel als het gedrag van de groep. Leerlingen kunnen nieuw, positief gedrag aanleren.
De leerlingen bepalen zelf hoe ze zich gedragen, als het uit de hand loopt, dan komt dit door een aantal ‘onopgevoede’ kinderen of kinderen met leerproblematiek, daar kunnen de kinderen en ik als leraar ook niets aan doen.
3. Leerlingen laten werken in heterogene groepen zorgt dat alle leerlingen leer- en ontwikkelkansen krijgen.
Leerlingen kunnen alleen in homogene niveaugroepen op hun eigen niveau verder kunnen komen.
4. Ik heb een belangrijke rol in het leerproces van de leerlingen in mijn klas.
De leerlingen bepalen zelf of ze leren, daar heb ik geen invloed op.
5. Door een sterke (goede) les voor te bereiden, heb ik invloed op de motivatie van de leerlingen.
Tieners zijn sowieso niet gemotiveerd, ik mag al blij zijn als ze meedoen.
Je zou ‘simpelweg’ kunnen stellen dat jouw overtuigingen sterk bepalend zijn of je een leraar met Hoge Verwachtingen kan zijn. Als ik naar mijzelf kijk dan zijn mijn overtuigingen door de jaren heen veranderd. Deze verandering heeft bij mij plaatsgevonden na het bestuderen van literatuur over diverse onderwerpen en het observeren van goede lessen. In deze blog zal ik verwijzen naar een aantal boeken die mij hierin geholpen hebben.
Verwachtingen liggen ten grondslag aan de planning die leraren maken voor de leerontwikkeling van hun leerlingen…..daarom is het van cruciaal belang dat leraren hoge verwachtingen hebben van de leerontwikkeling. Leren wordt anders geframed wanneer de verwachtingen hoog zijn in plaats van laag.
Christine Rubie-Davies
Wellicht is je opgevallen dat de belemmeringen in de tabel hierboven verschillende facetten van het onderwijs belichten. Na het lezen van ‘Leraren met hoge verwachtingen, de lat hoger leggen.’ van Christine Rubie-Davies, kreeg ik scherper op mijn netvlies op welke gebieden we als leraar ons gedrag kunnen sturen. Ik wil graag een aantal facetten uitlichten en daarbij praktische aanknopingspunten geven voor in de les; intelligentie, klassenklimaat, differentiëren en interactie tussen de leraar en de leerling.
1. Intelligentie
Het is goed om de mythe dat intelligentie vast staat bij de geboorte meteen uit de weg te helpen. Zoals Jelle Jolles aangeeft in een interview in Intermediair. Intelligentie krijg je niet bij de geboorte mee, net zomin als goed kunnen zwemmen of muziek maken. Intelligentie wordt gemaakt door de ervaringen die je meekrijgt…..intelligentie ontwikkelt zich binnen genetisch bepaalde grenzen. Dat IQ veranderbaar is, daarvoor bestaat knalhard wetenschappelijk bewijs, zelfs met MRI scans.
In deze afbeelding kan je aflezen dat er verschillen zijn tussen kinderen, ook al zitten ze bij elkaar in een niveau klas. Er zijn veel externe factoren die van invloed zijn op het functioneren en daarmee samenhangend, presteren, van een kind. Eén van deze factoren ben jij als leraar en jouw kijk op intelligentie. Deze informatie zal je hopelijk helpen om anders naar de intelligentie van een leerling te kijken en hiermee dus ook op een andere manier op jouw leerlingen te reageren. Elk kind groeit in zijn intelligentie, hoeveel groei is mede afhankelijk van jou.
2. Klassenklimaat
Je hoeft geen professor te zijn om te weten dat rust en regelmaat in jouw klas en in jouw les bijdraagt aan een goede les. Als we het klassenklimaat nader bekijken dan gaat het enerzijds om een hoogwaardige instructie omgeving, waarin er veel effectieve leertijd is, efficiënt gedragsmanagement en een hoge leerling betrokkenheid. Anderzijds gaat het over een warm, affectief leerklimaat, waar een kind zich gezien voelt en vertrouwen heeft in de betrokkenheid en het leiderschap van de leraar. Ook hier zijn jouw overtuigingen ESSENTIEEL! Als jij de uitspraak doet dat je ieder kind wilt helpen om te leren en vervolgens handel je hier tegengesteld op (bijvoorbeeld geen antwoord te geven op een vraag of een leerling klassikaal terecht te wijzen bij het maken van een fout), dan zullen de leerlingen het vertrouwen in je verliezen en ook niet de ontwikkeling doormaken die je graag zou willen.
Om dit concreet te maken verwijs ik graag naar het boek: Regie in de klas van Tom Bennett, vertaald door Gert Verbrugghen. Je wil graag dat alle leerlingen bij jou in de les tot leren kunnen komen. Om dit te bewerkstelligen heb jij als docent de leiding. Deze leiding neem je o.a. door het gedrag in jouw les te organiseren volgens routines. Zo kan je bijvoorbeeld een startroutine voor de les invoeren en deze inoefenen in de eerste schoolweek van het jaar met alle leerlingen. Deze routine bestaat bijvoorbeeld uit achtereenvolgens de volgende handelingen: 1. Wacht rustig op de gang. 2. Begroet de docent bij de deur. 3. Stop je telefoon in de telefoonkluis/telefoonbak/telefoontas. 4. Loop direct rustig naar je eigen plaats en ga zitten. 5. Hang je jas over de stoelleuning. 6. Pak jouw spullen voor deze les en leg deze op de hoek van je tafel. 7. Bij de tweede bel ben je in stilte begonnen aan de startopdracht (deze zet de docent op het bord of ligt uitgeprint op je tafel).
Hoge verwachtingen van gedrag betekent dat je ervan overtuigd bent dat ieder kind nieuw positief gedrag kan aanleren en dat je de leerlingen begeleidt door het gedrag te oefenen totdat het een routine is geworden.
Dit is slechts één voorbeeld van een routine. De meest interessante momenten in de les zijn vaak de wisselmomenten. Je kan hiervoor ook een routine ontwikkelen. Het is aan jou om deze routine eerst aan de klas uit te leggen en vervolgens meermaals te oefenen, totdat het als vanzelf gaat. Bij het aanleren van de routine is het van belang dat je leerlingen ook duidelijk uitlegt waarom deze routine belangrijk is en waarom je dit gedrag van je leerlingen verwacht. “Als we overgaan van uitleg naar zelfstandig werken, verwacht ik van jullie….., dit vind ik belangrijk zodat we alle lestijd goed kunnen benutten en ik jullie goed kan helpen tijdens de les.”
In Teach like a Champion worden in H10 “Procedures and Routines/Systemen en routines” uitgelegd. Het mooie van dit boek is dat er ook videomateriaal beschikbaar is, waarin je een docent dit ziet doen.
En, het mooie van deze routines aanleren en inzetten t.b.v. het klassenklimaat is dat je hierop kan leunen om een warm, affectief leerklimaat neer te zetten. Dit komt, omdat leerlingen heel goed weten wat er van hen wordt verwacht en hier naar kunnen handelen. Als het dan even niet goed gaat, kan je leerlingen vriendelijk benaderen en ze even helpen herinneren aan de afgesproken en ingeoefende routine. Het vriendelijk benaderen van leerlingen is een belangrijke sleutel tot een veilig leerklimaat. Stel, je hebt de hierboven omschreven startroutine met de leerlingen geoefend, toch is er een leerling die zijn jas nog aan heeft, kies er dan voor om de leerling vanuit een positieve bekrachtiging aan te spreken. “Wat fijn, ik zie dat bijna iedereen zijn jas over de stoelleuning heeft gehangen, Jacob, hang jij ook nog even je jas over jouw stoelleuning?” Hierin maak je gebruik van 1. de routine en 2. het psychologische principe dat de leerling ‘erbij wilt horen’ en dus mee zal gaan met wat de rest van de leerlingen al heeft gedaan.
Hoe duidelijker jouw lesstructuur en routines zijn, hoe meer tijd en aandacht er beschikbaar is voor de inhoud van de les. Let er daarbij op dat je leerlingen vanuit structuur, positiviteit en affectie aanspreekt. “Lena, ik wil graag dat je recht gaat zitten, zodat je mijn uitleg op het bord kan zien. Ik vind het heel belangrijk dat je alles mee krijgt van mijn uitleg, zodat je daarna zelfstandig aan de slag kan gaan.” Hoe duidelijker jouw instructie, hoe meegaander de leerling zal zijn. “Recht zitten betekent met je rug tegen de rugleuning van je stoel en jouw benen onder je eigen tafel. Dank je wel.”
Bovenstaande zinnen noemen we ‘scripts’, hierover staat meer uitgelegd in H9 van ‘Regie in de Klas’. Als je actief wilt werken aan een positief, warm en affectief klassenklimaat, dan kan je een aantal scripts voor jezelf uitschrijven en hiermee oefenen in de les. Je bouwt hiermee aan je eigen routines in de les, de routine van hoe je leerlingen aanspreekt. Je kan niet altijd het hele script uitspreken, een vriendelijke manier van corrigeren die hieraan vooraf kan gaan is non-verbaal corrigeren. Met een handbeweging of een duidelijke blik kan je een leerling aansporen om beter gedrag te laten zien.
Wellicht overbodig, maar wat averechts werkt is schreeuwen tegen de klas of een individuele leerling, negatieve afkeurend toespreken en mopperen en klagen tegen de klas. “Jullie letten ook NOOIT op, zo gaat het niets worden met jullie!” of “Klas 2b is veel beter dan jullie, jullie moeten je schamen.” of “Theo, hopelijk ga je nu eens iets nuttigs toevoegen aan deze les.” Leerlingen zullen zich tegen je keren en zich niet openstellen om te leren of fouten durven te maken en vragen te stellen.
Als je een voorbeeld wilt bekijken van een 1e les van een nieuw schooljaar, bekijk dan DEZE video van Mr. Hester. Hierin zie je heel duidelijk hoe de docent zijn lesroutines al in les 1 uitlegt en voordoet. Hiermee maakt hij de blauwdruk aan van zijn lessen voor het schooljaar.
3. Differentiëren
Ja ja, deze staat in alle lijstjes van de inspectie. Differentieert de leraar in de les? Ik merk dat hier dus best veel spanning op staat. Differentiëren is ook vaak een onderdeel van een beoordelingsformulier van leraren. Mijn idee is dat door deze externe druk, leraren differentiëren om het differentiëren en hier gaat het mijns inziens mis. Ik ben sterk van mening dat je alleen differentieert als dit nodig is.
Een leerling is niet in alles op hetzelfde niveau. Daarom kan je bijvoorbeeld ook niet zeggen: ‘Dit is een echte havo-leerling’.
Je weet van jezelf dat je niet in alles even goed bent, je hebt ook niet voor alles dezelfde interesse. Dat betekent dat er dus veel verschillen zijn tussen leerlingen in jouw klas. Je kent ook niet al deze verschillen, achtergronden en interesses. Daarom is het van belang dat je niet in de valkuil van vaste niveaugroepen stapt. Door een leerling vast in een niveaugroep te zetten, zeg jij je als het ware: “Jij bent dit niveau.” In het po zien we dit regelmatig terug in groepsnamen als Zon, Ster, Maan, Raket e.d. Kinderen associëren zich met het label dat ze hebben gekregen, dit kan ook het label VMBO, HAVO, VWO zijn. Als je een leerling vraagt hoe ze naar een andere groep kunnen, dan hebben ze daar ook vaak geen antwoord op. Leerlingen zullen zich ook ‘gedragen’ naar het label dat ze hebben gekregen.
Maar als we differentiëren dan zo belangrijk vinden, hoe kunnen we dan wel ‘goed’ differentiëren? Het begint wederom bij jouw overtuigingen als leraar, elk kind kan leren en elk kind kan groeien. Zelfs binnen één vak, kan een kind bij verschillende onderdelen, anders presteren. Je kiest er dus als leraar sowieso voor om GEEN vaste niveaugroepen in te zetten.
Je zet jouw didactische vaardigheden in om het leren van leerlingen te zien/beoordelen van het onderdeel waar je op dit moment aan werkt. Deze onderdelen heb je vaak uitgedrukt in een leerdoel. De leerling kan drie oorzaken van de tweede wereldoorlog omschrijven in eigen woorden. De leerling kan gelijknamige breuken optellen. De leerling kan de 5 stappen van de levenscyclus van een kikker schematisch weergeven. Met behulp van formatief handelen kan je in jouw les of na jouw les inschatten in hoeverre de leerlingen het leerdoel hebben behaald. Aan de hand van deze informatie maak je een keuze over de volgende stap/activiteit van jouw les of lessenserie.
Is het leerdoel door alle leerlingen behaald?
Ja, dan kan je verder met het volgende leerdoel of de volgende activiteit.
Nee, heeft 80% van de leerlingen het leerdoel behaald? Dan ga je door met de volgende stap en biedt je extra ondersteuning aan de leerlingen die het leerdoel nog niet hebben behaald, bijvoorbeeld tijdens het zelfstandig werken. (= differentiëren)
Nee, heeft minder dan 80% van de leerlingen het leerdoel behaald, dan kan je bijvoorbeeld kiezen om een nieuwe klassikale instructie te geven.
Differentiëren kan ook in tijd. Je werkt met de hele klas aan hetzelfde leerdoel, een aantal leerlingen zullen eerder klaar zijn. Wat kunnen ze doen als ze klaar zijn? Andere leerlingen helpen? Verdiepende of onderzoekende opdrachten? Zonder dat leerlingen in niveaugroepen zitten, ben je toch bezig met differentiëren. Zijn leerlingen nog niet klaar met hun werk, wordt dit dan huiswerk? Wat hebben deze leerlingen nog nodig? Kunnen ze dit zelfstandig maken thuis? Of zijn er steunlessen of extra uren op school waar deze leerlingen met meer ondersteuning dezelfde leerdoelen kunnen behalen.
Tot slot over differentiëren; werken met flexibele groepen. Als jouw leerlingen in groepjes werken, dan zijn er een aantal voordelen van het werken in flexibele/wisselende groepen: – Leerlingen worden niet door jou als leraar ‘gelabeld’ op een niveau. – Leerlingen leren meer leerlingen in de klas kennen, wat gunstig is voor het klassenklimaat. – Leerlingen kunnen elkaar beter helpen, omdat er niveauverschillen zijn. – De zwakkere leerlingen zullen zich optrekken aan de sterkere leerlingen. – De sterkere leerlingen zullen profiteren van uitleg geven, wat een leerstrategie is.
In het boek ‘Building thinking classrooms’ van Peter Liljedahl wordt er in hoofdstuk 2 aandacht besteed aan de voordelen van flexibele en random groepsvorming om goed samenwerkend groepswerk te bevorderen. Peter laat leerlingen een speelkaart trekken bij binnenkomst, op basis van de kaarten worden de groepjes willekeurig gevormd. Een voordeel is dat leerlingen weten dat het lot de groepssamenstelling bepaald en dat de docent hen niet heeft geplaatst.
4. Interactie tussen de leraar en de leerling.
In diverse studie zijn leraren geobserveerd, waarbij gekeken werd naar de interactie tussen de leraar en de leerlingen in de klas. Uit diverse onderzoeken heeft Brophy (1985) hieruit een lijst met lerarengedrag gedestilleerd. Ik denk dat het goed is om jezelf af te vragen wat je van jezelf hierin herkent en wellicht wat je anders zou kunnen doen. Leerlingen hebben een haarscherp vermogen voor het gedrag van de leraar, zowel non-verbaal als verbaal. Als een leerling doorheeft dat je lage verwachtingen van hem/haar hebt, dan zullen ze zich dit label aanmeten. (Verwachtingsarme leerling = een leerling waar een docent lage verwachtingen van heeft. Verwachtingsvolle leerling = een leerling waar een docent hoge verwachtingen van heeft.)
Note: Als leraar zul je uiteraard allerlei gedachten hebben over leerlingen, dat kun je niet uitschakelen. Maar je overtuigingen op basis van bovenstaande informatie kunnen je helpen bij deze gedachten en hiermee je gedrag aanscherpen om alle leerlingen met jouw hoge verwachtingen te onderwijzen.
Wachttijd: als leraren een vraag stellen, wachten ze bij verwachtingsarme leerlingen minder lang op een antwoord. Leerlingen merken dit. Leer jezelf aan om bij iedere leerling 3 sec. denktijd te geven.
Reactie na een fout antwoord: leraren zijn geneigd bij verwachtingsarme leerlingen het juiste antwoord te geven of de beurt door te geven aan een andere leerling. Bij verwachtingsvolle leerlingen herhalen leraren de vraag of geven een hint. Kies voor jezelf een eenduidige aanpak, zodat leerlingen het verschil niet ervaren.
Bevestiging: verwachtingsarme leerlingen ontvangen soms complimenten als ze een onjuist antwoord geven, leraren moedigen op deze manier de leerlingen op de verkeerde manier aan. De leerlingen krijgen soms ook onterecht het idee dat ze het goed hebben gedaan. Elke leerling verdient eerlijke feedback welke hen verder helpt.
Kritiek: verwachtingsarme leerlingen ontvangen vaker kritiek van leraren als ze tekortschieten.
Lof: verwachtingsarme leerlingen krijgen minder vaak lof bij succes.
Openbare reactie: bij een klassikale vraag krijgen de verwachtingsvolle leerlingen vaker de beurt, zij krijgen daarnaast ook meer feedback op hun antwoord.
Aandacht: leraren besteden meer aandacht aan verwachtingsvolle leerlingen. Je kan deze situatie voorkomen door bijvoorbeeld te werken met een vaste looproute door je lokaal. Bij het beurten geven kan je werken met random namen kiezen, hiermee bepaalt het lot welke leerling er aan de beurt is.
Zitplaatsen: leraren zijn geneigd verwachtingsarme leerlingen verder van zich af te plaatsen in de klas.
Kwaliteit van afgeronde taken: leraren stellen minder hoge eisen aan afgerond werk van verwachtingsarme leerlingen en accepteren ondermaats werk. Het kan hierbij helpend zijn om niet naar de naam te kijken van de leerling bij het nakijken van werk van de leerlingen.
Feedback: verwachtingsarme leerlingen ontvangen vaak minder informatieve feedback over hun leervaardigheden en de volgende stappen in hun ontwikkeling.
Oogcontact en non-verbale communicatie: leraren maken minder oogcontact met verwachtingsarme leerlingen en hun non-verbale gedrag is minder expressie en positief.
Wellicht komt de bovenstaande lijst wat zwaar op je over, maar realiseer je dan dat de leerlingen een heel sterk observatievermogen hebben van jouw gedrag. Wat jij in gedrag laat zien doet er toe! En ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat (bijna) alle docenten goede bedoelingen hebben en dit gedrag niet opzettelijk vertonen. Neem jezelf dit niet kwalijk, maar neem je wel voor om met deze (nieuwe) kennis jouw eigen gedragingen voor de klas onder de loep te nemen. Ben je bereid hier serieus mee aan de slag te gaan, begin dan met 1 ding en oefen dit, totdat het in je automatische handelen is verankerd.
Mijn grootste inspiratie voor deze blog was het boek van Christine Rubie-Davies: Leraren met hoge verwachtingen. De lat hoger leggen.
Heb je vragen of opmerkingen aan de hand van deze blog, neem dan contact met mij op.
[…] teachersKlasmanagement: “Met goede routines moet je minder brandjes blussen”Antwoorden breinquizHoge verwachtingen | Hoe kan ik daar morgen mee aan de slag?The same people excel at object recognition through vision, hearing and touch – another reason to […]
2 reacties op “Hoge verwachtingen | Hoe kan ik daar morgen mee aan de slag?”
Dag Sacha
Wat een mooie inspirerende tekst!
Hartelijke groet
Karin Nijman
Verzonden vanaf mijn Galaxy
LikeGeliked door 1 persoon
[…] teachersKlasmanagement: “Met goede routines moet je minder brandjes blussen”Antwoorden breinquizHoge verwachtingen | Hoe kan ik daar morgen mee aan de slag?The same people excel at object recognition through vision, hearing and touch – another reason to […]
LikeLike